Skip to main content

Full text of "holocaust memorial day dutch government_NL"

See other formats


Ministerie van Volksgezondheid, 
Welzijn en Sport 



> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag 

De Voorzitter van de Tweede Kamer 
der Staten-Generaal 
Postbus 20018 
2500 EA DEN HAAG 



Datum 25 januari 2012 

Betreft Herdenken Tweede Wereldoorlog 



Geachte voorzitter, 

1. Inleiding 

Met mijn brief van 22 juni 2011 heb ik u gei'nformeerd dat de beantwoording van 
de vraag van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het 
verzoek van het Nederlands Auschwitz Comite en anderen 1 om steun voor het 
initiatief om de Auschwitzherdenking (door de overheid) de status van een 
'nationale' herdenking te geven (brief d.d. 8 juni 2011, kenmerk 2011Z12196/ 
20011D30179), meertijd vergt. 

Het verzoek van het Nederlands Auschwitz Comite, dat een lange historie kent, 
interpreteer ik als een oproep om erkenning van de betekenis voor huidige maar 
ook toekomstige generaties van de gruwelijkheden van de Holocaust en als een 
appel op de rijksoverheid om te zorgen voor waarborgen voor een betekenisvolle 
herdenking in het kader van International Holocaust Memorial Day. 

In deze brief zet ik uiteen hoe ik invulling geef aan dit verzoek om eind januari 
gepaste aandacht te besteden aan de Holocaust. 

2. Het verzoek van het Nederlands Auschwitz Comite nader beschouwd 

Op het verzoek van het Nederlands Auschwitz Comite past een weloverwogen, 
zorgvuldige en genuanceerde reactie. Dat heeft vooral te maken met de primair 
op het particulier initiatief gestoelde traditie van herdenken in Nederland. Binnen 
het naar groep, oorlogsgebeurtenis en locatie zeer diverse Nederlandse 
herdenkingslandschap speelt de overheid van oudsher een terughoudende rol. 
Achter de geschiedenis van het herdenken gaan soms veel discussie, (politieke) 
strijd, pogingen tot toe-eigening en herdefiniering schuil. Die verwikkelingen 
hebben geleid tot de huidige buitengewoon gevarieerde herdenkingskalender en 
een herdenkingspraktijk die continu in beweging is en dat vermoedelijk ook zal 
blijven. Het zal daarom niet verbazen dat ik in mijn reactie ook de mening van de 



Bezoekadres: 

Parnassusplein 5 
2511 VX Den Haag 
www.rijksoverheid.nl 

Kenmerk 

DMO/OHW-U-3100134 

Bijlage(n) 

Correspondence uitsluitend 
richten aan het retouradres 
met vermelding van de datum 
en het kenmerk van deze 
brief. 



Het verzoek van het Nederlands Auschwitz Comite wordt ondersteund door verschillende organisaties en particu- 
lieren. 



Pagina 1 van 15 



diverse groepen en generaties oorlogsgetroffenen en verzetsdeelnemers 

nadrukkelijk heb willen laten meewegen. Kenmerk 



DMO/OHW-U-3100134 



Ook inhoudelijk heb ik de vraag van het Nederlands Auschwitz Comite in een 
breder kader geplaatst. De steeds grotere tijdsafstand tot de Tweede Wereldoorlog 
en daarmee samenhangend het geleidelijk wegvallen van de ooggetuigen die de 
Tweede Wereldoorlog bewust hebben meegemaakt en daarover uit eerste hand 
kunnen vertellen, maakt de vraag urgent hoe de herinnering aan de Tweede 
Wereldoorlog in het algemeen en de Holocaust in het bijzonder betekenis kan 
houden voor de komende generaties. 

Illustratief voor het veelkleurige en organische herdenkingslandschap is, dat 
'nationaal' geen door de overheid te verlenen, duidelijk gedefinieerd predicaat of 
keurmerk is. Gevoelsmatig heeft 'nationaal' iets te maken met de mate van 
betrokkenheid van de rijksoverheid, met de aanwezigheid van 
hoogwaardigheidsbekleders en met ruime aandacht van de NOS en andere 
landelijke media. Het begrip 'nationaal' kan door iedereen die dat wil worden 
gebruikt bij het aanduiden van een herdenking of oorlogsmonument, en dat 
gebeurt ook. Alleen in het Instellingsbesluit van het Nationaal Comite 4 en 5 mei 
is in de taakomschrijving formeel vastgelegd dat het comite is ingesteld om de 
Nationale Herdenking (en de Nationale Viering van de Bevrijding) te organiseren. 
Het gaat op 4 mei nadrukkelijk om het stilstaan (nationaal 'inclusief') bij alle 
slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en van oorlogen en vredesmissies 
daarna. 

Het Nederlands Auschwitz Comite vergelijkt in zijn argumentatie de Holocaust-/ 
Auschwitzherdenking met de Nationale Herdenking op 4 mei en de herdenking van 
de Japanse capitulatie op 15 augustus. Daarbij onderstreept het Nederlands 
Auschwitz Comite de symboolwaarde van 'Auschwitz', dat staat voor wat 
gedurende de oorlogsjaren is gebeurd in alle concentratie- en vernietigings- 
kampen. Tijdens de Nationale Herdenking op 4 mei op de Dam zou te weinig 
expliciete aandacht worden geschonken aan de slachtoffers van de Holocaust. Het 
Nederlands Auschwitz Comite verwijst ook naar de VN-resolutie uit 2005 waarmee 
27 januari wordt aangemerkt als International Holocaust Memorial Day. 

Ik beschouw het pleidooi van het Nederlands Auschwitz Comite als een oproep 
voor officiele erkenning en borging van de herinnering aan een van de 
kernthema's van de Tweede Wereldoorlog: de systematische uitroeiing van de 
joodse bevolkingsgroep en van de Sinti en Roma. Het gaat om borging van het 
besef dat mensen elkaar dit aan kunnen doen; dat het onvoorstelbare mogelijk is. 
Een overlevende verwoordde het in een brief aan mij zo: "Van achteraf bekeken 
waren wij heel onnozel. Het wereldbeeld dat wij met de moedermelk hadden 
ingezogen was een wereld op weg naar gelijkheid en democratie. Zoiets als een 
technische massamoord van welk soort dan ook, aan wie dan ook begaan, was 
nog niet in de encyclopedie van het wereldgebeuren geformuleerd". 

Een prominente en waardige plaats van de herinnering aan de Holocaust in het 
Nederlandse herinnerings- en herdenkingslandschap wordt - ook in mijn beleving 
- gezien als een van de manieren om als Nederlandse samenleving nadrukkelijk 
stil te staan bij de slachtoffers van de Holocaust en bij de overlevenden en hun 
verhaal. Stil staan om te rouwen over verloren verwanten en bekenden; stil staan 
om de kleine en grote persoonlijke verhalen door te geven aan de nieuwe 
generaties; stil staan om na te gaan welke maatschappelijke ontwikkelingen de 



Pagina 2 van 15 



barbarij van de Holocaust mogelijk maakten en tot slot, stil staan bij het 

tegendeel daarvan: de kernwaarden van onze (internationale) samenleving anno Kenmerk 

nu: vrijheid, democratic en de (internationale) rechtsorde. De centrale boodschap dmo/ohw-u-3iooi34 

is: "Dat nooit meer". 

De rijksoverheid toont zich, met alle terughoudendheid, wel degelijk betrokken bij 
het herdenken en herinneren van de gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog. 
Niet alleen door aanwezigheid bij herdenkingen, maar ook beleidsmatig. Niet voor 
niets heeft het kabinet, vanuit het principe van ereschuld en bijzondere 
solidariteit, als doelstelling geformuleerd het mogelijk te maken om de herinnering 
aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden en te stimuleren dat met name 
nieuwe generaties zich bewust zijn van de betekenis van de Tweede Wereldoorlog 
(stelselverantwoordelijkheid) 2 . Daarbij is het niet de bedoeling dat de 
rijksoverheid zelf in dit proces van kennisoverdracht en bewustwording 
nadrukkelijk sturend optreedt. De concrete activiteiten om het geformuleerde doel 
dichterbij te brengen zijn immers voornamelijk het domein van (semi-) 
privaatrechtelijke organisaties. 

Het voorgaande betekent, zoals reeds aangegeven, dat het antwoord op het 
verzoek van het Nederlands Auschwitz Comite niet een eenvoudig 'ja' of 'nee' kan 
zijn. In het antwoord betrek ik de brede vraag naar de meest belovende manier 
om de herinnering aan de Holocaust als wereldwijde tragedie voor de huidige en 
toekomstige generaties levend te houden. Daarbij wil ik mogelijke aanpassingen 
van de Holocaust-/Auschwitzherdenking plaatsen binnen het kader van de VN- 
resolutie uit 2005. Ik zie daarin tevens een mogelijkheid om aan te sluiten bij de 
vraag, hoe nieuwe generaties de oorlog in het algemeen en de Holocaust in het 
bijzonder zullen herdenken en - vooral - hoe aansluiting gevonden kan worden bij 
de jongeren die het stilstaan bij de Tweede Wereldoorlog veelal niet van huis uit 
hebben meegekregen en die ook niet de mogelijkheid hebben gekregen te spreken 
met mensen die de oorlog hebben doorleefd. 

3. Aanpak 

Ik heb over dit onderwerp geconcludeerd dat het nodig was om eerst zelf 'mijn oor 
te luisteren te leggen', voordat ik tot een weloverwogen reactie kon komen. Er is 
gesproken met organisaties die betrokken zijn bij de herinnering aan de Tweede 
Wereldoorlog. Het spreekt voor zich dat ik in gesprek ben gegaan met het 
Nederlands Auschwitz Comite en met het Nationaal Comite 4 en 5 mei, het 
kenniscentrum op het terrein van herdenken. 

Daarnaast vond ik het belangrijk om van zowel de 'eerste generatie' als van de 
jeugd te horen hoe zij denken over herdenken. Ik heb in Israel, Polen en in 
Nederland gesproken met mensen uit de generatie die zelf de oorlog heeft 
meegemaakt en wier dierbaren niet zijn teruggekomen. Ik kreeg verhalen te 
horen die mij diep roerden en die respect afdwingen. We zijn het aan deze 
mensen verschuldigd dat we hun verhalen in ons hart sluiten en blijven 
doorvertellen. 

In Polen kwam ik in gesprek met jongeren uit Wlodawa, nabij Sobibor. Deze 
leerlingen van circa 17 jaar hebben een verschrikkelijke erfenis meegekregen. 
Maar zij hebben deze opgepakt om in Polen het stilstaan bij de eigen geschiedenis 



Zie VWS-begroting 2011. 



Pagina 3 van 15 



verder te brengen. Zij vertelden me over hun betrokkenheid bij het 

uitwisselingsproject 'Youth and Sobibor' van de Gelderse jeugdraad In Spe. Kenmerk 

Onze NJR 3 en de leerlingen uit Wlodawa hebben elkaar in augustus ontmoet dmo/ohw-u-3iooi34 

tijdens een door NJR in het kader van de Dag van de Jeugd (met herdenken als 

thema) georganiseerd bezoek aan Nederland. Ik sprak ze toen samen met de 

Gelderse Jeugdraad en Stichting Sobibor. Ik heb NJR gevraagd om mee te blijven 

denken over 'herdenken'. 

Ik heb een aantal wetenschappers gevraagd hoe zij vanuit hun kennis van de 
geschiedenis en de pedagogiek de toekomst van het herdenken zien. 

Daarnaast ben ik nagegaan hoe in andere landen invulling wordt gegeven aan het 
herdenken van de Holocaust. Het ging mij primair om de vraag hoe elders 
invulling wordt gegeven aan de eerdergenoemde VN-resolutie uit 2005. 

Verder heb ik uiteraard kennis genomen van een groot aantal mondeling en 
schriftelijk met mij gedeelde gedachten over herdenken van de Tweede 
Wereldoorlog in Nederland. Daarbij zitten steunbetuigingen, maar ook 
bedenkingen bij het verzoek van het Nederlands Auschwitz Comite. 

4. Resultaten van de verkenning 

Uit alle door mij geraadpleegde bronnen komt het consistente beeld naar voren 
dat, in het besef dat de Tweede Wereldoorlog natuurlijk meer omvat, er draagvlak 
is om apart stil te staan bij de Holocaust. Deze ruimte om aandacht te geven aan 
het unieke verhaal van de Holocaust moet dan wel worden geplaatst in de context 
dat er een Nationale Herdenking is waar alle slachtoffers, groepen en 
gebeurtenissen van de Tweede Wereldoorlog worden herdacht. Uit het Nationaal 
Vrijheidsonderzoek 2011 4 blijkt dat het draagvlak voor herdenken en vieren 66 
jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog nu al vele jaren groot en stabiel is. 
Van de Nederlanders vindt 86 procent het herdenken op 4 mei en 78 procent het 
vieren van 5 mei belangrijk. Uit hetzelfde onderzoek blijkt ook dat 80% van de 
Nederlandse bevolking het belangrijk vindt dat de jaarlijkse Dodenherdenking ook 
in de toekomst door moet gaan. Het herdenken op 4 mei en het vieren van de 
Bevrijding op 5 mei kunnen dus nog altijd rekenen op een groot draagvlak. Een 
niet-westerse culturele achtergrond heeft geen significante invloed op dat grote 
draagvlak. 

Een consistent beeld dat naar voren komt is ook dat de jeugd is gei'nteresseerd in 
de Tweede Wereldoorlog. Ze wil de verhalen van de eerste generatie horen en ze 
wil - als uiting van respect - herdenken. Daarbij ziet iedereen het belang in van 
voorlichting en educatie om die verhalen meer dan alleen indrukwekkend en tot de 
verbeelding sprekend te laten zijn; het belang om kennis en inzicht bij te brengen 
en zodoende ook betekenis te geven aan het herdenken. Het onderzoek 'Jongeren 
over Oorlog Herdenken' 5 , dat in mijn opdracht door NJR werd uitgevoerd onder 
scholieren van gemiddeld 15 jaar, bevestigt dat jongeren zich betrokken voelen bij 
het herdenken. Van de 890 bevraagde jongeren vindt 83% het herdenken van de 
Tweede Wereldoorlog belangrijk. Bij de Nationale Dodenherdenking op 4 mei staan 
acht op de tien jongeren wel eens stil. Zij denken dan vooral aan de slachtoffers 
van de Tweede Wereldoorlog. De manier waarop wordt herdacht hoeft van hen 



NJR, voorheen Nationale Jeugdraad 
Te vinden op www.4en5mei.nl 
5 Te vinden op www.njr.nl/NJRpanel 



Pagina 4 van 15 



niet veranderd te worden; een speciale jongerenherdenking of het 

veralgemeniseren naar andere oorlogen vinden zij niet nodig. Deze uitkomsten Kenmerk 

duiden erop dat we in beginsel positief kunnen zijn over de toekomst van het dmo/ohw-u-3iooi34 

herdenken in Nederland. 

Nederland kent, zoals gezegd, al decennia een gevarieerd herdenkingslandschap 
rond de gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog. In de meeste gevallen zijn 
die herdenkingen ontsproten aan het particulier initiatief. Met als resultaat een 
grote verscheidenheid aan herdenkingen door het jaar heen, verbonden aan 
verschillende groepen verzetsdeelnemers en slachtoffers, plaatsen en historische 
gebeurtenissen. Een terugblik op het verleden laat zien dat het landschap 
allerminst statisch is. Bij het herdenken ging het in de eerste jaren na de oorlog 
primair om het verzet; de helden die zich keerden tegen de bezetter. Pas veel later 
was er oog voor de lotgevallen van slachtoffers, waarbij aandacht voor de ene 
groep getroffenen een reactie uitlokte bij andere om ook erkenning te krijgen voor 
hun leed. Het laat een voortdurende ontwikkeling zien. Een ontwikkeling die ons 
vraagt te reflecteren op het eigen handelen. Het gaat daarbij om reflectie op wat 
mensen elkaar kunnen aandoen en de dilemma's en keuzes die daarbij komen 
kijken. De woorden van Hare Majesteit de Koningin uit 1995 zijn illustratief: "De 
bezinning op de Holocaust moet ons vervullen met een diep gevoel van 
schaamte.[ ...] Voor een juiste beeldvorming kan niet worden verhuld dat naast 
moedig optreden ook passief gedrag en actieve steun aan de bezetter zijn 
voorgekomen". 

De dynamiek in het herdenkingslandschap laat zich niet alleen zien in wie we 
herdenken, maar ook in de belangstelling voor herdenken in het algemeen. Deze 
is zeker niet altijd even hoog geweest als nu. In de periode 1965-1985 was sprake 
van beduidend minder belangstelling voor het herdenken van de 
oorlogsgebeurtenissen, waarna de belangstelling weer groeide naar het huidige 
stabiele hoge niveau. 

Deze heterogeniteit en dynamiek van het herdenken (en vieren) is een reflectie 
van de actuele ontwikkelingen in de samenleving van dat moment en zorgt 
daarmee voor een duurzaam breed draagvlak. 

Naast een groot draagvlak voor gezamenlijk herdenken bestaan er, en dat zal zo 
blijven, ook vele diepgevoelde emoties en wensen die verschillend zijn en wortelen 
in specifieke aspecten van de oorlog. Herdenken is immers een diep persoonlijke 
ervaring binnen een gedeeld ritueel. Die verscheidenheid en verschillen leiden dus 
ook tot kritiek. De geschiedenis laat zien dat de vraag om meer aandacht en 
erkenning voor een bepaalde groep of gebeurtenis ertoe kan leiden dat anderen 
zich uitspreken over de bijzondere positie die hun geschiedenis verdient. Zo dreigt 
zich een 'hierarchie van leed en slachtofferschap' te ontwikkelen. Een ongewenste 
situatie die de persoonlijke ervaring, de verscheidenheid en de verschillen 
miskent. 

Kritiek is bij voorbeeld te horen ten aanzien van de Nationale Herdenking op 4 
mei. Sommigen vinden dat deze een te algemeen karakter heeft en te ver van de 
Tweede Wereldoorlog is komen af te staan door de uitbreiding naar 
oorlogssituaties en vredesoperaties na de Tweede Wereldoorlog. Kritiek is er ook 
op de Holocaust-/Auschwitzherdenking; de klacht bijvoorbeeld dat door de 
aanwezigheid van veel hoogwaardigheidsbekleders, waaronder diplomatieke 
vertegenwoordigers uit verschillende landen, de (organisaties van) 

Pagina 5 van 15 



vervolgingsslachtoffers pas laat aan de beurt komen in de rij van mensen die een 
krans of bloemstuk leggen bij het Auschwitzmonument of over het dominant 
religieuze karakter van deze herdenking. Klachten bestaan ook rond de 
herdenking van het formele einde van de Tweede Wereldoorlog op 15 augustus 
(de dag van de Japanse capitulatie in 1945), omdat in lang niet alle gemeenten 
gevolg wordt gegeven aan de vlaginstructie. 



Kenmerk 

DMO/OHW-U-3100134 



Binnen het Nederlandse heterogene herdenkingslandschap staat tijdens de 
Nationale Herdenking op 4 mei verbondenheid centraal en is er aandacht voor het 
geheel van verhalen, groepen oorlogsgetroffenen en geschiedenissen. Tijdens de 
Nationale Herdenking op 4 mei wordt door diverse generaties stilgestaan bij 
diverse herinneringen en gebeurtenissen. Op deze dag herdenken we allemaal, 
ieder op onze eigen wijze; op de Dam, bij een lokale herdenking, door een 
herdenking te volgen op televisie, in ieder geval door gelijktijdig twee minuten 
stilte in acht te nemen. 

De andere herdenkingen door het jaar heen worden vooral bijgewoond door direct 
betrokkenen, vaak in meerdere generaties. De herdenking op 4 mei daarentegen 
wordt, naast direct betrokkenen vooral door een breder en algemener publiek 
bijgewoond en in ere gehouden. Het onderstaande schema illustreert dat. 



Nationale Herdenking op 4 mei 

Alle groepen komen hier tezamen 



iiiiii hm 



Diverse groepen oorfogsgetroffenen herdenken tijdens 
meer dan twintig bovenregionale herdenkingen sperifieke 
gebeurtenissen of gedeelde ervaringen op een spectale 
dag in het jaar Deze herdenkingen worden georganiseerd 
door eigen organisaties van ootlogsgetroffenen. 

Voor ieder van dere persoonlijk betrokken groepen is de 
eigen herdenking de herdenking. De Tweede Wereldoorlog 
is voor hen 4i oorlog. 

Bron: Nationaal Comite 4 en 5 mei 



Veel mensen hebben geen specifieke ervarmg met of 
herinneringaan de Tweede Wereldoorlog. 
80% van de Nederlanders vocltzichechterwel 
maatschappelijk betrokken bij herdenken 

De Nationale Dodenherdenkmg op 4 met is voor hen 
it herdenking. Deze mensen denken bij het begrip oorlog 
niet alteen aan de Tweede Wereldoorlog, maarookof 
vooral aan actucle oorlogcn 



De opzet en inhoud van '4 mei' is het resultaat van een langdurige gezamenlijke 
zoektocht. Al sinds 1947 wordt op 4 mei de Nationale Herdenking gehouden van 
Nederlanders die tijdens oorlogshandelingen zijn omgekomen. Maar tot 1988 
verschilden de organisatoren, de plaatsen en tijdstippen waarop herdacht werd, 
wie daarbij aanwezig waren en wie er precies herdacht werden. Pas met de 
oprichting bij Koninklijk Besluit van het Nationaal Comite 4 en 5 mei in 1987 
kwam er rond 4 mei een grotere gezamenlijkheid en eenheid in de vormgeving 
van de Nationale Herdenking. De huidige formulering in het zogenoemde 



Pagina 6 van 15 



memorandum luidt: "Tijdens de Nationale Herdenking herdenken we alien - 

burgers en militairen - die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter Kenmerk 

wereld zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede dmo/ohw-u-3iooi34 

Wereldoorlog, in oorlogssituaties en bij vredesoperaties." De verbreding naar 

andere oorlogen en vredesoperaties bestaat al bestaat sinds 1961. Wei is het 

natuurlijk zo dat er door de steeds grotere tijdsafstand tot de Tweede 

Wereldoorlog, meer oorlogssituaties en vredesoperaties hebben plaatsgevonden 

waarbij Nederlandse slachtoffers zijn te betreuren, die op 4 mei worden herdacht. 

Ook die veranderingen zijn onderdeel van de dynamiek van de herinnering. Het 

zwaartepunt van de herdenking ligt echter nog altijd bij de Tweede Wereldoorlog. 

De door mij benaderde wetenschappers bevestigen dat de dynamiek van de 
herinnering aan de Tweede Wereldoorlog altijd sterk verbonden is geweest met 'de 
tijdgeest'. Onder meer de recente studie 'Rondom de Stilte' (Van Ginkel, 2011) 
biedt een rijk inzicht in dit verschijnsel. 6 Ik beperk me hier tot enkele hoofdlijnen. 

Vanaf 12 September 1944 kon in delen van het land de bevrijding worden gevierd. 
Dat gebeurde terughoudend, omdat nog niet het hele land was bevrijd. Er 
ontstonden al snel herdenkingen, waarbij het aanvankelijk ging om het stilstaan 
bij wat Nederland was aangedaan door de nazi's; om het eren van de soldaten en 
verzetsstrijders die zich keerden tegen de 'foute' Duitsers en collaborateurs. Het 
toen heersende beeld dat nagenoeg iedereen op enige wijze deel had genomen 
aan het verzet (de 'verzetsmythe'), zorgde ervoor dat communistische 
verzetsgroepen zich bij het herdenken niet op een (tijdens de Koude Oorlog 
politiek ongewenste) bijzondere status konden beroepen. 

Pas in de jaren zestig en zeventig bleek de tijd rijp om meer oog te hebben voor 
individuele geschiedenissen van slachtoffers buiten het verzet en zonder militaire 
achtergrond. De herdenking van de slachtoffers van het vernietigingskamp 
Auschwitz bestond al langer, maar Auschwitz werd pas veel later het symbool van 
de Tweede Wereldoorlog. Van Ginkel schrijft: "Het Grote Verhaal kreeg een andere 
inhoud, maar tegelijkertijd ontstond er meer ruimte voor kleinere verhalen, voor 
individuele en groepservaringen en lotgevallen - inclusief hun pijnlijke en 
emotionele kanten. [...] Niet langer gaf opoffering automatisch het morele recht op 
een centrale plek op het herdenkingstoneel: daarvoor in de plaats kwam 
slachtofferschap." (Van Ginkel, 2011). 

Aangewakkerd door onder meer het verschijnen van Presser's boek 'Ondergang' 
over de jodenvervolging en later de voorgenomen vrijlating van 'de drie van 
Breda', kwam de Holocaust, de industriele vernietiging van onschuldige 
slachtoffers 'om wie zij waren' centraler te staan. Ook buiten Nederland werd dat 
steeds meer het morele ijkpunt, dat vervolgens werd verbonden aan universele 
boodschappen in de sfeer van discriminatie, racisme, bedreigingen van democratie 
en schending van mensenrechten. 

Zich aanpassend en uitbreidend groeide het herdenkingslandschap uit tot een 
meer en meer gedifferentieerd verhaal, waarbinnen verschillende 
herdenkingsgemeenschappen en (lokale) gebeurtenissen hun plaats kregen. Dat is 
met name vanaf de jaren negentig zichtbaar in de vorm van een toename in het 
aantal gedenktekens, waarbij dan tevens lokale herdenkingen werden 
georganiseerd. Hier gaat het primair om het stilstaan bij de (lokale) feitelijke 
historische gebeurtenissen en het ('kleine') persoonlijke verhaal. 



De studie van Van Ginkel werd door VWS en het NWO gefinancierd in het kader van het onderzoeksprogramma 
'Oorlog, erfgoed en herinnering: een dynamisch perspectief van de Universiteit van Amsterdam. In dat kader werd 
onder meer ook de studie 'Oorlogslessen' (Hondius, 2010) en 'Oorlogserfgoed overzee' (Captain en Jones, 2010) 
gefinancierd. 



Pagina 7 van 15 



Enkele wetenschappers bevestigen een voortgaande trend van een gelijktijdig Kenmerk 

mondiale en regionale invulling van het herdenken. Dit sluit aan bij de dmo/ohw-u-3iooi34 

gesignaleerde toenemende 'verhalende individualisering van het verleden', waarbij 
het gaat om de (internationale) aandacht voor het persoonlijke verhaal van de 
ooggetuige en de zorg over de vraag hoelang het nog mogelijk is om die verhalen 
uit eerste hand te kunnen horen. 

Dat ook bij de Nationale Herdenking ruimte is voor meebewegen met de tijdgeest 
blijkt bijvoorbeeld uit de wijze waarop het Nationaal Comite 4 en 5 mei is 
omgegaan met het bezwaar vanuit joodse kring dat er op 4 mei, bij het leggen 
van de kransen, geen expliciete aandacht is voor de Holocaust. Op advies van de 
'werkgroep Herdenken' onder voorzitterschap van mevrouw Borst-Eilers heeft het 
Nationaal Comite 4 en 5 mei besloten om het memorandum en de teksten die op 
4 mei worden uitgesproken tijdens de kranslegging op bepaalde punten aan te 
scherpen en toe te lichten. Na afstemming met en instemming van 
vertegenwoordigers van de joodse gemeenschap is in 2011 de tekst bij de 
kranslegging voor vervolgingsslachtoffers verder aangescherpt en wordt verwezen 
naar de Holocaust met de woorden 'uitgesloten, vervolgd, vermoord in 
concentratie- en vernietigingskampen om wie zij waren'. 7 

Deze discussie moet bezien worden tegen de achtergrond van de moeizame 
totstandkoming van de huidige opzet van de herdenking 8 . Om te voorkomen dat 
'hierarchie van leed' zijn (her)intrede doet, zorgt het Nationaal Comite 4 en 5 mei 
ervoor dat de teksten die op 4 mei worden uitgesproken een algemeen en 
'insluitend' karakter hebben. Volgens het Nationaal Comite 4 en 5 mei verdient de 
huidige formulering een sterke voorkeur, aangezien het expliciteren van de ene 
groep leidt tot de wens van andere groepen om ook expliciet(er) te worden 
benoemd en, dus, aandacht te krijgen. Dit is de altijd (latent) aanwezige strijd om 
erkenning van herinneringsgemeenschappen. 

Op 4 mei, waar immers iedereen zich verbonden en vertegenwoordigd moet 
kunnen voelen, is deze zorgvuldig afgewogen tekst logisch. Op andere momenten 
wordt er explicieter aandacht besteed aan de slachtoffers van specifiek de 
Holocaust. Tijdens een herdenking van een van de kamporganisaties bijvoorbeeld, 
of tijdens Jom Hasjoa (de joodse herdenking van de slachtoffers van de Holocaust 
in de maand Nisan) in de Hollandse Schouwburg, in het buitenland bij een 
voormalig vernietigingskamp of - inderdaad - op International Holocaust Memorial 
Day. Ook de herdenking van de Februaristaking, een massale verzetsdaad uit 
solidariteit met de joden, kan goed beschouwd gezien worden als een herdenking 
waar de Holocaust onderdeel van uitmaakt. 



7 De tekst die wordt uitgesproken bij het leggen van de kransen luidt: "Er zullen nu drie kransen worden gelegd. 
Voor alle burgers die tijdens of direct na de Tweede wereldoorlog in Europa, zijn omgebracht ofomgekomen. Omdat 
zij: 

- in verzet kwamen; 

- werden uitgesloten, vervolgd, vermoord in concentratie- en vernietigingskampen om wie zij waren; 

- het leven verloren door oorlogsgeweld of uitputting. 

De volgende krans wordt gelegd voor alle burgers die zijn omgebracht ofomgekomen, tijdens of direct na de Twee- 
de Wereldoorlog in Azie. Als gevolg van verzet, internering, oorlogsgeweld en uitputting. 
De volgende kransen worden gelegd voor alle militairen en koopvaardijpersoneel, omgekomen in dienst van het 
Koninkrijk der Nederlanden tijdens de Tweede Wereldoorlog en sindsdien in oorlogssituaties en bij vredesmissies". 
De herdenking bestaat sinds 2000 in zijn huidige vorm, waarbij een aparte krans woord gelegd voor vervolgings- 
slachtoffers. 



Pagina 8 van 15 



Internationale context 

Ook in andere landen heeft herdenken een sterke verbindende functie. Het sluit Kenmerk 

aan bij een gedeeld verleden, waarin consensus bestaat over de wens 'dat nooit dmo/ohw-u-3iooi34 

meer'. In dat licht moeten we ook de VN-resolutie uit 2005 plaatsen. Op 1 

november 2005 is de VN-resolutie 60/72 aangenomen, waarmee 27 januari, de 

dag van de bevrijding van Auschwitz-Birkenau, werd uitgeroepen als 'International 

Day of Commemoration in memory of the victims of the Holocaust' (International 

Holocaust Memorial Day). Lidstaten werden opgeroepen om in educatie aandacht 

te besteden aan de Holocaust. 

Natuurlijk heeft ook Nederland deze resolutie ondersteund. De Verenigde Naties 
hebben deze dag in het leven geroepen om de herinnering aan de Holocaust 
wereldwijd levend te houden. In veel landen waren de bestaande herdenkingen 
militair van karakter en werd er weinig tot geen aandacht besteed aan 
vervolgingsslachtoffers. In Nederland was deze situatie geheel anders. Reeds lang 
is de herdenking van de slachtoffers van de Holocaust - net als overigens die van 
Zuidoost-Azie - ingebed in de Nationale Herdenking op 4 mei. Daarnaast wordt in 
diverse musea en herinneringscentra, in educatie en tijdens herdenkingen door 
het jaar heen op diverse plaatsen stilgestaan bij de slachtoffers van vervolging. In 
Europees verband bestond al langer de discussie over een herdenkingsdag voor de 
slachtoffers van de Holocaust. Zo heeft het Europees Parlement in juni 1995 de 
'Resolution on a Day to Commemorate the Holocaust' aangenomen waarin 
lidstaten werden opgeroepen om een jaarlijkse 'European Day of Remembrance of 
the Holocaust' in te stellen. In 1998 is de Task Force for International Cooperation 
on Holocaust Education, Remembrance, and Research (International Task Force) 
opgericht. Nederland is in 1999 toegetreden tot de International Task Force. In 
januari 2000 is de Stockholm Verklaring ondertekend. Deze verklaring vormt de 
basis voor de International Task Force. In punt 6 van deze verklaring wordt 
aangegeven dat het belangrijk is om te streven naar passende manieren om de 
slachtoffers van de Holocaust te herdenken, zoals een vast jaarlijks moment. In 
juni 2000 herhaalde het Europees Parlement in de 'Declaration on the 
Remembrance of the Holocaust' deze oproep om gepaste vormen van 
Holocaustherdenking te bevorderen, inclusief een jaarlijkse Europese dag voor 
Holocaustherdenking. 

In diverse Europese landen wordt jaarlijks de Holocaust herdacht, soms op 27 
januari, soms op andere historisch bepaalde data. Zo is de dag van herdenking in 
Hongarije 16 april, de datum waarop het eerste Hongaarse getto door de nazi's 
werd ingericht. Letland herdenkt de gevallenen op 4 juli. Op die dag werd de 
Choral Synagoge, waarin veel joden zaten opgesloten, door de nazi's in brand 
gestoken. In Polen vindt de herdenking plaats op 19 april, de datum waarop in 
1943 de opstand in het getto van Warschau uitbrak. Israel herdenkt al kort na het 
einde van de oorlog de Holocaustslachtoffers tijdens Jom Hasjoa 9 . 27 januari is in 
Israel geen formele herdenkingsdag. Duitsland was in 1996 het eerste land dat de 
herdenking officieel verbond aan 27 januari en herdenkt op die dag alle 
slachtoffers van het Nationaal Socialisme. Al veel eerder hadden landen als 
Nederland, Frankrijk, de Verenigde Staten, Letland, Servie en Litouwen een 
herdenkingsdag op een andere datum. Na Duitsland besloten veel landen die de 
Holocaust nog niet herdachten om te kiezen voor 27 januari 10 , al kozen sommige 



9 Jom Hasjoa verwijst ook naar de opstand in het getto van Warschau, maar hanteert de Hebreeuwse kalender (27 e 
Nisan), waardoor het in de westerse kalender steeds op een andere datum valt. 

Belgie, het Verenigd Koninkrijk, Ita lie, Finland, Denemarken, Estland, lerland, Kroatie, Usland, Zwitserland, Grie- 
kenland, Spanje, Tsjechie. 



Pagina 9 van 15 



landen voor een datum die beter paste bij hun eigen geschiedenis . 

Kenmerk 

De achtergrond van de VN-resolutie is dat we internationaal moeten blijven dmo/ohw-u-3iooi34 

stilstaan bij de Holocaust, ons gedeelde verschrikkelijke verleden. 

Dat verleden kent natuurlijk regionale verschillen, met name waar het gaat om de 

betekenis ervan voor de naoorlogse maatschappij in West- en Oost-Europa. In een 

zoektocht naar een gedeelde Europese geschiedenis heeft de Europese Unie in 

2009 de 23 e augustus uitgeroepen als 'European Day of Remembrance for victims 

of Stalinism and Nazism'. Er zijn binnen het 'citizenship' programma van de 

Europese Unie ook middelen beschikbaar gesteld om daar nadere invulling aan te 

geven. Met name in landen in Midden- en Oost-Europa groeit het belang van 

instellen van zo'n 'dag van herdenken' snel. 

Waar het om gaat bij het uitroepen van 'de dag van ...' is steeds om aandacht te 
vragen voor iets. En dat gebeurt veelvuldig. Een aantal voorbeelden van dagen die 
raken aan internationale gerechtigheid zijn: 6 januari, Werelddag voor 
Oorlogswezen; 21 maart, Internationale dag tegen Racisme en Discriminatie; 8 
april, Wereld Roma-dag; 8 mei, Wereld Rode Kruis en Rode Halve Maan dag ter 
nagedachtenis van de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog; 9 mei, Schuman- 
dag (Dag van Europa); 21 juni, dag van de Wereldvrede; 21 September, 
Internationale dag van de vrede; 9 november, Internationale dag tegen Fascisme 
en antisemitisme. Het uitroepen van bijvoorbeeld 23 augustus als'de dag van' 
betekent dus niet dat wij, als lid van de Europese Unie, nu van overheidswege 
moeten opleggen dat op 23 augustus een formele herdenkingsplechtigheid zal 
plaatsvinden. 

Vanuit de internationale context bezien is het van belang dat wij, de jeugd en de 
toekomstige generaties weten dat de Tweede Wereldoorlog van grote invloed is 
geweest op de ontwikkeling en borging van de democratie in de Europese landen 
en op het ontstaan van diverse internationale samenwerkingsverbanden, vanuit 
het besef dat daarmee een blok gevormd kan worden tegen krachten die kunnen 
leidden tot een gewapend conflict met catastrofale omvang. 

De geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog eindigt dus niet in 1945. Ik denk 
daarbij aan de in het onderwijs helaas nog altijd onderbelichte Japanse bezetting, 
die na de capitulatie werd voortgezet in een dekolonisatiestrijd van de 
Indonesische bevolking. Ik denk daarbij ook aan de geschiedenis van de landen in 
het voormalige Oostblok, waar het nazisme werd opgevolgd door onderdrukking 
van het stalinisme. Het onderwijs in die landen besteedt daar pas sinds eind jaren 
negentig aandacht aan. 

De betekenis van voorlichting en educatie 

Wetenschappers en organisaties betrokken bij het herdenken zijn het erover eens 
dat herdenken, met name voor degenen die daarbij niet rouwen om verloren 
naasten, anno 2012 niet los kan worden gezien van voorlichting en educatie over 
de gebeurtenissen van de Tweede Wereldoorlog. Het gaat in dit verband vooral om 
het confronteren van nieuwe generaties jongeren; niet alleen met die 
afschuwelijke geschiedenis, maar ook met de keuzes die ze kunnen maken rond 
vrijheid en democratie. Hoe zou ik me gedragen, wat zou ik doen, aan wie zou ik 
een voorbeeld nemen, zijn vragen die zij zich moeten stellen. 



Hongarije, Slowakije, Bulgarije, Roemenie, Polen. 



Pagina 10 van 15 



Zonder historische kennis heeft het weinig zin om een herdenking bij te wonen. 

Op basis van kennis kan er bewustzijn groeien over wat er zich destijds heeft Kenmerk 

voorgedaan en kan het een aanleiding zijn om kritisch na te denken over de dmo/ohw-u-3iooi34 

kernwaarden in onze samenleving, zoals vrijheid, democratie en mensenrechten. 

Op deze wijze wordt een natuurlijke verbinding gelegd tussen verleden en heden. 

Historisch besef dat slechts leunt op noties en emoties is manipuleerbaar en geeft 

geen inzicht in de maatschappelijke en politieke ontwikkelingen die tot de oorlog 

en vervolging hebben geleid en die zich in een of andere vorm ook vandaag de 

dag zou kunnen voordoen. 12 

Persoonlijke verhalen, verteld door overlevenden zelf of vastgelegd in bijvoorbeeld 
een interview, film of boek, blijken steeds weer een goede ingang om kennis, 
bewustwording en empathie te bewerkstelligen bij mensen voor wie de oorlog een 
ver verwijderd verleden lijkt. Daarover bestaat consensus. De tot de verbeelding 
sprekende indrukwekkende en ontzagwekkende verhalen kunnen echter, wanneer 
ze zonder context worden gebracht, een te grote nadruk op een 'mooi verhaal' 
leggen, waarbij analytische inzichten ontbreken of beperkt zijn. 

Herdenken, voorlichting en educatie, hebben altijd een zekere vorm van 
verbinding tussen verleden, heden en toekomst in zich. Het gevaar voor 
banalisering ligt op de loer, wanneer al te gemakkelijk hedendaagse 
gebeurtenissen en de Tweede Wereldoorlog of de Holocaust met elkaar in verband 
worden gebracht. Een vredesmissie kan niet een op een worden vergeleken met 
de gebeurtenissen van toen. Het miskent de uniciteit van bijvoorbeeld het 
industriele karakter van de vernietiging. De Tweede Wereldoorlog is 
ontegenzeggelijk een ijkpunt in de Nederlandse maatschappij. Het verhaal moet 
dus worden verteld. 

Historica Dienke Hondius signaleert individualisering, localisering, emotionalisering 
en dramatisering als trends. 13 Het wordt zichtbaar bij activiteiten om herdenken, 
onderwijs, televisieprogramma's en interviews zo aansprekend mogelijk te laten 
zijn. Het verhaal komt dichterbij en met meer emotie. Dat kan goed werken, maar 
kent ook risico's. Teveel individuele benadering kan, zoals gezegd, onbedoeld 
leiden tot gelijkschakeling, nivellering, relativering en zelfs banalisering van het 
oorlogsverleden, wanneer de boodschap die dan overkomt is dat er in ieder 
mensenleven weleens slechte tijden zijn. Een tweede risico van het klein en 
'dichtbij' maken van het verhaal is, dat het beeld van de Tweede Wereldoorlog als 
internationaal conflict verdwijnt. 

Het zijn reele risico's die ook door andere wetenschappers worden herkend. Daar 
wordt ook genuanceerd gedacht over de gevolgen van het wegvallen van de 
eerste generatie als verteller van het verhaal. De verwachting is, dat de generatie 
die tijdens of na de Tweede Wereldoorlog werd geboren als vanzelfsprekend die rol 
zal overnemen. Zij hebben, bijvoorbeeld als ondergedoken kind of kind dat 
opgroeide met ouders die het kamp in Europa of Zuidoost-Azie overleefden, veel 
te vertellen wat relevant is. Over hun eigen leven, maar ook over het leven van 
hun ouders. Zij kunnen hun verhaal bijvoorbeeld vertellen met ondersteuning van 
getuigenissen die in het kader van het VWS-programma Erfgoed van de Oorlog 
werden vastgelegd of met behulp van andere erfgoedmateriaal dat in het kader 
van dat programma juist voor een doel als dit is behouden voor de toekomstige 



Vrij naar De Vree, Kleio nr. 2, april 2011 
! Zij verwijst hier ook naar in haar boek 'Oorlogslessen' (Hondius, 2010) 



Pagina 11 van 15 



generaties. Dat geldt ook voor docenten, want juist leraren hebben de opdracht 

om het verhaal van de oorlog in al zijn facetten over het voetlicht te brengen. Kenmerk 

Inspanningen die erop gericht zijn om al op lerarenopleidingen zelf daarop de dmo/ohw-u-3iooi34 

aandacht te vestigen, juich ik dan ook toe. Bijvoorbeeld de al enkele malen in het 

kader van de week van International Holocaust Memorial Day door 

geschiedenisstudenten van lerarenopleidingen georganiseerde studentensymposia. 

Lesgeven over de Tweede Wereldoorlog, de Holocaust en - specifiek voor 
Nederland - de dekolonisatie van Nederlands-Indie is een verplicht onderdeel van 
het curriculum. Vanwege de grote vrijheid binnen het onderwijs om daar invulling 
aan te geven voert VWS, vanuit de doelstelling om de herinnering levend te 
houden, al vele jaren een voorlichtingsbeleid gericht op de jeugd. Met ingang van 
1 januari 2011 werden de uitvoerende taken op dit terrein overgedragen aan het 
Nationaal Comite 4 en 5 mei, dat namens mij ook subsidies kan verlenen voor 
projecten op het terrein van voorlichting en educatie over de Tweede 
Wereldoorlog. De organisaties in 'het veld' spelen een essentiele rol bij voorlichting 
en educatie. Zij zorgen er voor een belangrijk deel voor dat er in Nederland 
gelukkig veel wordt gedaan om jongeren te betrekken en kennis en bewustzijn bij 
te brengen over de Tweede Wereldoorlog. Dat blijft onze aandacht vragen, ook al 
zegt 75% van de 13- tot 17-jarigen zegt afgelopen jaar via school iets gedaan te 
hebben aan WO II (Nationaal Vrijheidsonderzoek 2011). Het internet is de meest 
geraadpleegde informatiebron door scholieren, ook als het gaat om de Tweede 
Wereldoorlog. Daarnaast zijn films en televisie belangrijke informatiebronnen. Dat 
blijkt uit het Nationale Vrijheidsonderzoek 2011 en onderzoek dat door NJR werd 
verricht. Op het terrein van (nieuwe) media liggen dus kansen om jongeren te 
bereiken. Maar niet alleen daar. Een recent mooi initiatief is het project van het 
Centraal Orgaan Voormalig Verzet en Slachtoffers en het Nationaal Comite 4 en 5 
mei om ervoor te zorgen dat iedere scholier ten minste een keer een voormalig 
kamp of herinneringscentrum heeft bezocht. 

6. Hoe nu verder? 

Ik zie het als mijn opdracht om ervoor te zorgen dat wij, als belofte aan de eerste 
generatie, hun verhalen overdragen aan de huidige en toekomstige generaties. Ik 
verbind daaraan ook mijn verantwoordelijkheid als staatssecretaris van jeugd, 
waarbij het in dit kader primair gaat om de rol die NJR kan vervullen als landelijke 
organisatie om ook op dit terrein jeugdparticipatie ofwel betrokkenheid en begrip 
van jeugdigen te bevorderen. 

Vanuit deze 'stelselverantwoordelijkheid' is het mijn taak om vast te stellen of de 
infrastructuur op het terrein van de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog 
voldoende aansluit bij de ontwikkelingen in de maatschappij. Geluiden uit de 
samenleving die de vorm en inhoud van de Nationale Herdenking betreffen of die 
daar ontegenzeggelijk op van invloed (kunnen) zijn, zoals de roep om nog een 
'nationale' herdenking, doen een appel op mijn verantwoordelijkheid. 

Het voorgaande moet zo begrepen worden dat de rijksoverheid niet de inhoud of 
denkrichting voorschrijft, maar ervoor zorgt dat reflectie op het verleden mogelijk 
blijft. De overheidsrol is vooral voorwaardenscheppend - ook in de sfeer van 
voorlichting en educatie - en ligt uiteraard ook bij de beslissingen over de 
aanwezigheid van hoogwaardigheidsbekleders bij herdenkingsceremonies. 

Hiervoor heb ik uiteengezet dat Nederland anno 2012 een rijk en vitaal 

Pagina 12 van 15 



herdenkingslandschap heeft met een groot draagvlak onder alle lagen van de 

bevolking. Terwijl de ooggetuigen die de oorlog bewust hebben meegemaakt ons Kenmerk 

op afzienbare termijn zullen zijn ontvallen, blijkt onder jongeren grote dmo/ohw-u-3iooi34 

belangstelling voor de Tweede Wereldoorlog. Ik heb aangegeven waarom de rol 

van de overheid uiterst terughoudend is en zal blijven waar het gaat om ingrepen 

in het herdenkingslandschap. Het grote draagvlak voor het herdenken is het 

resultaat van juist het particuliere initiatief dat eraan ten grondslag ligt. 

De Nationale Herdenking op 4 mei op de Dam heeft een nationaal karakter, omdat 
dit ritueel een samenbindend karakter heeft. De keuze voor de invulling van de 
herdenking is het resultaat van intensief overleg met de regering, 
maatschappelijke organisaties van oorlogsgetroffenen en vele anderen. Op '4 mei' 
komen de herinneringen samen van alle groepen slachtoffers en gebeurtenissen 
die door het jaar heen op verschillende momenten en plaatsen worden herdacht. 
Op 4 mei op de Dam herdenken we alien gezamenlijk alle slachtoffers. Inclusief de 
slachtoffers van de Holocaust en de slachtoffers die in Zuidoost-Azie vielen. 
Daaruit volgt dat de overheid aan de Holocaust-/Auschwitzherdenking, of welke 
andere aan de Tweede Wereldoorlog gerelateerde herdenking ook, niet dezelfde 
(formele) status kan verlenen als die van de Nationale Herdenking op 4 mei. 

Ik heb aangegeven dat naast '4 mei' de herdenking van de capitulatie van Japan 
op 15 augustus - immers het formele eind van de Tweede Wereldoorlog in het 
Koninkrijk der Nederlanden - een bijzondere plaats inneemt in het 
herdenkingslandschap. Omdat het organiseren van een grote herdenking de 
laatste jaren steeds complexer is geworden, heeft de Stichting Herdenking 15 
augustus 1945 het Nationaal Comite 4 en 5 mei gevraagd mee te denken hoe 
professionele ondersteuning gericht op vrijwilligers die een taak hebben in de 
herdenkingsorganisatie kan worden geboden. Het Nationaal Comite 4 en 5 mei 
gaat hiermee in deze herdenking een actief ondersteunende rol spelen. 

27 januari, de dag van de bevrijding van Auschwitz - International Holocaust 
Memorial Day - neemt een geheel eigen plaats in. De Holocaust-/ 
Auschwitzherdenking kan het plechtige sluitstuk zijn van de activiteiten die er in 
die week van International Holocaust Memorial Day aan vooraf gingen. Een 
herdenking met een internationale context, die zou kunnen aansluiten bij de 
geformuleerde ambitie op de Nederlandse website van International Holocaust 
Memorial Day: "Wereldwijd worden op Holocaust Memorial Day de slachtoffers 
herdacht van de Holocaust en andere genociden [...]. Auschwitz is uitgegroeid tot 
universeel symbool voor de massavernietiging van burgers." 
De Holocaust-/Auschwitzherdenking kan al jarenlang rekenen op vergaande en 
hooggewaardeerde ondersteuning van de gemeente Amsterdam. Ik heb het 
Nationaal Comite 4 en 5 mei bereid gevonden om in aanvulling daarop praktische 
ondersteuning te bieden bij het organiseren van deze Holocaustherdenking 
'nieuwe stijl'. De continuiteit is daarmee gegarandeerd. Met deze steun voor een 
waardige en prominente plek voor de Holocaust in het Nederlandse herinnerings- 
en herdenkingslandschap wordt een versterking gegeven, net als door de Indische 
herdenking, van de kennis en het besef in de Nederlandse samenleving van wat 
we op 4 mei gezamenlijk herdenken. 

Het feit dat ook op veel andere momenten de Holocaust wordt herdacht, moet in 
ogenschouw worden genomen. Draagvlak voor een herdenking is iets wat niet 
opgelegd kan worden. Het vraagt om een investering, niet alleen in (media-) 
aandacht, maar ook in contacten en samenwerkingsconstructies met 

Pagina 13 van 15 



(koepel)organisaties die (ook) op andere momenten in het jaar stilstaan bij de 

slachtoffers van de Holocaust en die hun bijdrage leveren aan de activiteiten in de Kenmerk 

week van Holocaust Memorial Day. Zo zal de Holocaustherdenking echt kunnen dmo/ohw-u-3iooi34 

uitgroeien tot de internationale herdenking van de Holocaust in Nederland. 

Het bijzondere belang van International Holocaust Memorial Day in het 
herdenkingslandschap zit vooral in het internationale karakter. Daar wordt 
aandacht besteed aan de Holocaust en andere genociden. International Holocaust 
Memorial Day is in Nederland uitgegroeid tot een International Holocaust Memorial 
Week. Op International Holocaust Memorial Day wordt al enkele jaren de 
indrukwekkende Auschwitzlezing georganiseerd door het Nederlands Auschwitz 
Comite, samen met het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en 
Genocidestudies (NIOD) en de Sociale Verzekeringsbank (PUR). Dat is slechts een 
activiteit die tijdens International Holocaust Memorial Day wordt georganiseerd. In 
het kader van de week van International Holocaust Memorial Day voert het NIOD 
de secretaries taken uit, terwijl de coordinate van deze activiteiten samen met 
het Nederlands Auschwitz Comite wordt uitgevoerd. Alle deelnemende organisaties 
behouden volledige autonomie en geven, naar eigen inzicht en overeenkomstig 
hun eigen identiteit, invulling aan het programma. De deelnemende organisaties 
formuleerden een gezamenlijke doelstelling: "Jongeren tussen de 15 en 25 jaar te 
leren over de Holocaust en andere genociden. De bewustwording hiervan draagt 
bij aan de waakzaamheid voor opkomende rassenhaat, discriminatie en 
antisemitisme en moet de jeugd waarschuwen voor de enorme gevolgen daarvan." 

Ik zie in International Holocaust Memorial Day vooral veel kansen om, meer nog 
dan nu, jongeren te betrekken bij het reflecteren op en herdenken van de Tweede 
Wereldoorlog in internationaal perspectief. Juist daar kan stil worden gestaan bij 
het precedentloze industriele karakter van de Holocaust; kan aandacht worden 
geschonken aan het besef dat naast moedig optreden (zoals verzetsdaden en het 
bieden van onderduikmogelijkheden uit solidariteit met de joden) veel passief 
gedrag en zelfs actieve steun aan de bezetter zijn voorgekomen; kan de 
historische verbinding van de Tweede Wereldoorlog met (het ontstaan van) 
internationale organisaties als de EU, de VN en de International Task Force worden 
benadrukt. Dit is ook de plek waar een relatie met de jeugd (NJR) gelegd zou 
kunnen worden, zodat gezamenlijk bekeken kan worden hoe via ieders unieke 
bijdrage de impact van International Holocaust Memorial Day kan worden 
versterkt. 

NJR heeft op mijn verzoek een denktank ingericht, juist om mee te denken over 
hoe bij het herdenken de verbinding met de jeugd uitgebouwd kan worden (in 
aanvulling op bestaande initiatieven). NJR krijgt van mij met ingang van dit jaar 
ook middelen om aandacht te besteden aan (het herdenken van) de Tweede 
Wereldoorlog, gericht op participatie van jongeren. Bijvoorbeeld door aan de 
herdenking een "twitterstilte" te verbinden, zoals werd gesuggereerd door een 
deelnemer aan het NJR-onderzoek. Of door juist in relatie tot International 
Holocaust Memorial Day over de grens te kijken; naar leeftijdgenoten in Polen 
bijvoorbeeld waarmee een uitwisseling, al dan niet via de kanalen van nieuwe 
media, tot stand kan komen of verder kan worden uitgebouwd. Het Nationaal 
Comite 4 en 5 mei heeft, zoals aangegeven, sinds 2011 een subsidieprogramma 
om activiteiten gericht op voorlichting en educatie te financieren. 

Vanuit het belang van de herinnering is het zinvol om jaarlijks een goed en 
samenhangend programma voor International Holocaust Memorial Day te kunnen 

Pagina 14 van 15 



presenteren en daar ook de nodige bekendheid aan te (kunnen) geven. Ik ben 

bereid om voor de verdere ontwikkeling en coordinate van het jaarlijks te Kenmerk 

ontwikkelen programma extra geld beschikbaar te stellen. Het ligt voor de hand dmo/ohw-u-3iooi34 

om daarvoor aan te sluiten bij de bestaande coordinerende taak die al bij het 

NIOD ligt. Het daaraan gekoppelde - bij voorkeur nog verder uit te breiden - 

platform van participerende organisaties kan dan meedenken over de besteding 

van die middelen. Juist omdat diverse organisaties vanuit verschillende 

achtergronden en met verschillende ambities samenwerken, opent die week de 

mogelijkheid om aandacht te besteden aan alle aspecten van de Holocaust en 

genociden. 

Het denken over herdenken en het levend houden van de herinnering aan de 
Tweede Wereldoorlog, eindigt natuurlijk niet met deze brief. Het is een continu 
proces, waarbij de veldorganisaties zoals vanouds hun cruciale rol zullen moeten 
blijven spelen. Het kan niet zonder de grote hoeveelheid kennis en betrokkenheid 
die bij instituten als het NIOD, Nationaal Comite 4 en 5 mei en bij de 
herinneringscentra en oorlogs- en verzetsmusea aanwezig is. Het kan evenmin 
zonder de inzet van de vele vrijwilligersorganisaties die op het terrein van de 
herinnering aan de Tweede Wereldoorlog opereren. De gedrevenheid van personen 
binnen het Nederlands Auschwitz Comite, Stichting Herdenking 15 augustus 1945 
en (de organisaties aangesloten bij) het Centraal Orgaan Voormalig Verzet en 
Slachtoffers (COWS) en al die andere organisaties verdienen ons respect. Een 
organisatie zoals het Nederlands Auschwitz Comite, die ik er in het kader van deze 
brief uitlicht, beperkt de activiteiten niet tot het organiseren van een jaarlijkse 
herdenking en het geven van invulling aan de week van Holocaust Memorial Day, 
maar organiseert daarnaast hoog gewaarde herdenkingsreizen naar Polen, heeft 
een belangrijke rol gehad bij het vernieuwen van de tentoonstelling in het 
Nederlandse paviljoen in Auschwitz en verzorgt ook het onderhoud daarvan. 
Daarvoor past niets dan waardering. 

Ten slotte wil ik benadrukken dat ik het bemoedigend vind dat jonge mensen 
aangeven de Tweede Wereldoorlog te willen blijven herdenken. Het NJR-onderzoek 
bevestigt dat jongeren het belangrijk vinden respect te betuigen aan de 
slachtoffers en stil te staan bij het feit dat onze vrijheid niet vanzelfsprekend is. 
Met die wetenschap heb ik des te meer vertrouwen in de toekomst van het 
herdenken, en daarmee het inlossen van onze ereschuld naar alle 
oorlogsgetroffenen. 

Hoogachtend, 

de Staatssecretaris van Volksgezondheid, 

Welzijn en Sport, 



mw. drs. M.L.L.E. Veldhuijzen van Zanten-Hyllner 



Pagina 15 van 15